Een kat is geen kleine hond. Dat klinkt als een open deur, maar het is de reden achter bijna alles wat er misgaat met kattenvoeding.
Katten zijn obligate carnivoren
Honden zijn omnivoren: die redden zich op een gemengd dieet. Katten niet. Een kat is een obligate carnivoor, wat betekent dat ze bepaalde voedingsstoffen alleen uit dierlijk weefsel kunnen halen. Ze kunnen die niet zelf aanmaken uit plantaardige bouwstenen, zoals andere dieren dat wel kunnen.
Het bekendste voorbeeld is taurine, een aminozuur. Krijgt een kat structureel te weinig taurine binnen, dan kan dat leiden tot ernstige hartproblemen en blindheid. Compleet kattenvoer bevat daarom altijd toegevoegde taurine.
Twee praktische gevolgen:
- Geef een kat nooit structureel hondenvoer. Hondenvoer bevat niet de juiste hoeveelheden taurine, vitamine A en arachidonzuur voor een kat. Een keer een hap uit de verkeerde bak is geen ramp, maandenlang wel.
- Een vegetarisch of veganistisch dieet is voor een kat risicovol. Wat een mens kan kiezen, kan een kat fysiologisch niet.
Compleet of aanvullend: kijk op het etiket
Dit is het belangrijkste woord op de verpakking, en bijna niemand let erop.
Compleet voer bevat alles wat je kat nodig heeft. Dit mag je dagelijks als enige voeding geven.
Aanvullend voer is dat niet. Veel natvoer-zakjes, snacks en "maaltijden in gelei" vallen hieronder. Geef je die als hoofdmaaltijd, dan ontstaan er op termijn tekorten.
Het staat er echt op, meestal klein. Zoek het op voordat je een grote voorraad koopt.
Water: het grootste probleem waar niemand het over heeft
Katten stammen af van woestijndieren. Ze hebben een zwakke dorstprikkel en zijn er evolutionair op gebouwd om hun vocht grotendeels uit hun prooi te halen. Een muis bestaat voor ongeveer driekwart uit water.
Droogvoer bevat daar een fractie van. Een kat die alleen brokjes eet, moet dat verschil compenseren door te drinken, en veel katten doen dat simpelweg niet genoeg. Chronisch te weinig vochtinname wordt in verband gebracht met blaas- en nierproblemen, en dat is bij katten een veelvoorkomende en soms levensbedreigende aandoening, vooral bij katers.
Wat helpt:
- Geef (deels) natvoer. Dat is de meest effectieve manier om de vochtinname te verhogen.
- Zet meerdere waterbakken door het huis, niet alleen naast de voerbak.
- Houd water en voer uit elkaar. Veel katten drinken liever niet naast hun eten. Dat is instinct, geen eigenwijsheid.
- Veel katten drinken liever uit stromend water. Een drinkfontein is voor sommige katten het verschil tussen wel en niet genoeg drinken.
- Gebruik een brede, ondiepe bak. Raakt hun snorharen de rand, dan vinden veel katten dat onprettig en drinken ze minder. Dit klinkt als onzin, maar het is een reeel effect.
Overgewicht: het sluipende probleem
Overgewicht is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij huiskatten, en het verhoogt het risico op suikerziekte en gewrichtsklachten. Het sluipt erin, omdat een kat die de hele dag bijgevuld krijgt gewoon blijft eten.
- Meet de portie af. Niet op gevoel scheppen. De voedingsrichtlijn op de verpakking is een startpunt, geen wet: gecastreerde en binnenkatten hebben vaak minder nodig.
- Voel de ribben. Je moet ze kunnen voelen onder een dun laagje vet, zonder te hoeven drukken. Zie je een duidelijke taille van bovenaf? Goed teken.
- Tel snacks mee. Ze tellen echt mee.
- Moet je kat afvallen? Doe dat langzaam, en overleg met je dierenarts. Een kat die abrupt stopt met eten kan leververvetting krijgen, en dat is levensgevaarlijk. Crashdiëten zijn bij katten geen slecht idee maar een medisch risico.
Wat je niet moet geven
- Melk. De meeste volwassen katten zijn lactose-intolerant. Het schoteltje melk is een sprookje.
- Ui, knoflook, prei en alles uit die familie: giftig voor katten.
- Rauwe vis als vast onderdeel van het menu. Kan de opname van vitamine B1 verstoren.
- Hondenvoer als vaste voeding. Zie boven.
Van voer wisselen
Doe het geleidelijk, over ongeveer een week. Katten zijn bovendien echte gewoontedieren: een kat die halsstarrig weigert, is niet vervelend, die vindt de verandering te groot. Meng het nieuwe voer stapsgewijs door het oude.
Belangrijk: eet je kat langer dan 24 tot 48 uur niet of nauwelijks, bel dan je dierenarts. Niet afwachten. Bij katten kan dat snel gevaarlijk worden.
Dit artikel is algemene informatie en vervangt geen diergeneeskundig advies. Heeft je kat gezondheidsklachten of een dieet nodig? Overleg met je dierenarts.